
PELSER, J.; PELSER, J.A.; PELSER-DIXON, C.M.; COHEN, L.; STRIJDMACHT, NEDERLANDS; ONDERDUIK; PERS, ILLEGAAL, DE NIEUWE AMSTERDAMMER; SCHAARSTE; DAGELIJKS LEVEN; DISTRIBUTIE; EGODOCUMENTEN; BEVRIJDING; GEHEIME BERGPLAATS; BS; AMSTERDAM; BREDA
Objectnr. 19077
Archief van Jan Pelser ( Sloten, 30-3-1911 - overleden(onbekend). Verzetsdeelnemer.
Jan Pelser en zijn echtgenote Catharina Maria Pelser-Dixon (30-4-1909 - 22-9-1998) waren tijdens de oorlogsjaren woonachtig in de Watteaustraat 8-hs te Amsterdam. De betreffende woning had een ondergrondse stookkelder die kon worden bereikt via een waterluik. In de kelder bevond zich de toegang tot een ondergrondse gang die uitkwam op een onbekende woning aan de Stadionweg. In de kelder verborgen Pelser en zijn echtgenote onderduikers, waaronder de Joodse Levie Cohen (1888-1977) (schuilnaam Leonard Coningh). In geval van dreigend gevaar werd de ondergrondse gang gebruikt als vluchtweg. Behalve het opnemen van onderduikers was het echtpaar ook betrokken (onbekend in welke hoedanigheid) bij de uitgave en/of verspreiding van het illegale blad de “Nieuwe Amsterdammer”, uitgegeven tussen oktober 1944 en juli 1945. Tijdens de hongerwinter kreeg het echtpaar, dat al dochter Jacomina Anne Pelser had, een zoon ‘Jan’. In de periode tussen oktober 1944 en juli 1949 hield zijn moeder C.M. Pelser-Dixon een dagboek bij over de eerste levensjaren van haar zoon. Daarin beschreef zij tijdens de Hongerwinter hoe moeilijk het was om haar pasgeboren zoon in leven te houden. Het gezin Pelser overleefde de oorlog, alsook een van hun onderduikers Levie Cohen.
Het archief bestaat uit persoonlijke bezittingen en documenten van Jan Pelser en Catharina Maria Pelser-Dixon, en het dagboek bijgehouden door Pelser-Dixon, en documenten van onderduiker Levie Cohen.