Details
Objectnummer18103
Beschrijving2 schriften met dagboekaantekeningen van Cornelia Jacoba Overbeeke-Risseeuw (Groede, 6 oktober 1909 – Goes, 26 september 1988). Oorlogsgetuige.
Cornelia Jacoba Overbeeke-Risseeuw was echtgenote van Christiaan Overbeeke, met wie zij op 21 januari 1932 in Groede (Zeeland) was getrouwd. Christiaan Overbeeke was wachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee met als standplaats Hontenisse (Zeeland), alwaar het echtpaar zich vestigde en in de vooroorlogse jaren twee dochters kreeg. Tijdens de Meidagen van 1940 vertrok Cornelia op verzoek van Christiaan met hun dochters naar haar Groede, waar ze tot eind oktober 1944 zou blijven. Christiaan zelf bleef achter in Hontenisse. Twee dagen later (17 mei 1940) werd hij naar Engeland gestuurd om koningin Wilhelmina te begeleiden. Nadat Cornelia in augustus 1940 officieel bericht had gekregen dat haar man in Engeland verbleef, communiceerde ze gedurende de oorlogsjaren met hem via Rode Kruisberichten, of brieven die via neutrale landen: Portugal, Zwitserland, of Zweden verstuurde. De brieven kwamen vaak niet, of pas na weken aan. Tijdens de oorlogsjaren hield Cornelia een dagboek bij. Eind oktober 1944 keerde Christiaan onverwachts terug naar Zeeland. Op een nacht haalde hij zijn gezin met een Jeep op in Groede, en bracht ze naar Terneuzen dat op dat moment al was bevrijd.
Het archief bestaat uit 2 schriften met het dagboekaantekeningen uit de periode tussen mei 1940 tot en met november 1944.
Cornelia Jacoba Overbeeke-Risseeuw was echtgenote van Christiaan Overbeeke, met wie zij op 21 januari 1932 in Groede (Zeeland) was getrouwd. Christiaan Overbeeke was wachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee met als standplaats Hontenisse (Zeeland), alwaar het echtpaar zich vestigde en in de vooroorlogse jaren twee dochters kreeg. Tijdens de Meidagen van 1940 vertrok Cornelia op verzoek van Christiaan met hun dochters naar haar Groede, waar ze tot eind oktober 1944 zou blijven. Christiaan zelf bleef achter in Hontenisse. Twee dagen later (17 mei 1940) werd hij naar Engeland gestuurd om koningin Wilhelmina te begeleiden. Nadat Cornelia in augustus 1940 officieel bericht had gekregen dat haar man in Engeland verbleef, communiceerde ze gedurende de oorlogsjaren met hem via Rode Kruisberichten, of brieven die via neutrale landen: Portugal, Zwitserland, of Zweden verstuurde. De brieven kwamen vaak niet, of pas na weken aan. Tijdens de oorlogsjaren hield Cornelia een dagboek bij. Eind oktober 1944 keerde Christiaan onverwachts terug naar Zeeland. Op een nacht haalde hij zijn gezin met een Jeep op in Groede, en bracht ze naar Terneuzen dat op dat moment al was bevrijd.
Het archief bestaat uit 2 schriften met het dagboekaantekeningen uit de periode tussen mei 1940 tot en met november 1944.
TrefwoordOVERBEEKE-RISSEEUW, C.J.; OVERBEEKE, CHR.; WILHELMINA; EGODOCUMENTEN; STRIJDMACHT, NEDERLANDS; DAGELIJKS LEVEN; RODE KRUIS; NEDERLANDS-INDIË; PORTUGAL; ZWEDEN; ZWITSERLAND; ZEELAND
ObjectcategorieCollectie Overbeeke-Risseeuw
Formaat
1. 20,8x16,3:
2. 21x16,6:
2. 21x16,6:
1. 20,8x16,3:
2. 21x16,6:
2. 21x16,6:
Inventaris1. Schrift met handgeschreven dagboek betreffende de periode tussen 10 mei 1940 tot en met 25 januari 1942:
In het dagboek schrijft Overbeeke onder andere over de Duitse invasie, de eerste weken van de bezetting en de onzekerheid over het lot van haar man, Christiaan Overbeeke, in deze periode. Na het bericht van het Rode kruis op 15 augustus 1940 dat Christiaan naar Engeland is, beschrijft Overbeeke in het dagboek het dagelijks leven in het Zeeuwse dorp Groede (Zeeuws-Vlaanderen), geschreven in briefstijl gericht aan haar man, Christiaan.
2. Schrift met handgeschreven dagboek betreffende de periode tussen 26 januari 1942 tot en met 21 november 1944:
Cornelia Jacoba Overbeeke begint dit nieuwe deel van het dagboek op 4 februari 1942, met een overpeinzing over haar reden het bij te houden: ‘[…]. Het doet me goed, nu en dan mijn gedachten neer te schrijven alsof ik aan jou schreef, lieverd. Ik heb altijd veel te schrijven, maar dit geschrijf is iets tusschen jou en mij en niemand weet er iets van deze keer heb ik veel te schrijven en ik begin’. Overbeeke schrijft over de brieven die zij onregelmatig van haar man krijgt, en over brieven die ze van via Lissabon naar hem stuurt. Op 26 oktober 1943 werd haar haar broer Piet als [militair] naar Duitsland (Neurenberg) gestuurd, 17 augustus 1944 bericht dat broer Willem in Nederlands-Indië krijgsgevangen is genomen. Op 28 oktober schrijft zij over het bericht dat haar man bij het huis was geweest, en haar blijdschap. Daarna eindigt het dagboek op 21 november 1944.
In het dagboek schrijft Overbeeke onder andere over de Duitse invasie, de eerste weken van de bezetting en de onzekerheid over het lot van haar man, Christiaan Overbeeke, in deze periode. Na het bericht van het Rode kruis op 15 augustus 1940 dat Christiaan naar Engeland is, beschrijft Overbeeke in het dagboek het dagelijks leven in het Zeeuwse dorp Groede (Zeeuws-Vlaanderen), geschreven in briefstijl gericht aan haar man, Christiaan.
2. Schrift met handgeschreven dagboek betreffende de periode tussen 26 januari 1942 tot en met 21 november 1944:
Cornelia Jacoba Overbeeke begint dit nieuwe deel van het dagboek op 4 februari 1942, met een overpeinzing over haar reden het bij te houden: ‘[…]. Het doet me goed, nu en dan mijn gedachten neer te schrijven alsof ik aan jou schreef, lieverd. Ik heb altijd veel te schrijven, maar dit geschrijf is iets tusschen jou en mij en niemand weet er iets van deze keer heb ik veel te schrijven en ik begin’. Overbeeke schrijft over de brieven die zij onregelmatig van haar man krijgt, en over brieven die ze van via Lissabon naar hem stuurt. Op 26 oktober 1943 werd haar haar broer Piet als [militair] naar Duitsland (Neurenberg) gestuurd, 17 augustus 1944 bericht dat broer Willem in Nederlands-Indië krijgsgevangen is genomen. Op 28 oktober schrijft zij over het bericht dat haar man bij het huis was geweest, en haar blijdschap. Daarna eindigt het dagboek op 21 november 1944.