Details
Objectnummer20004
BeschrijvingArchief van Aloysius Christiaan Naarstig (Amsterdam, 15 februari 1895 – Aldaar, 8 maart 1945). Verzetsdeelnemer.
Aloysius Christiaan Naarstig was van beroep boekhouder, en voor en tijdens de oorlogsjaren eigenaar van een schoenenwinkel in de Amsterdamse Beethovenstraat 31. De katholieke Naarstig was samen met zijn vrouw, Petronella Maria Emberta van Roessel, en dochter, Maria Anna Naarstig, woonachtig aan de Amstel op nummer 172-II. Sinds de Eerste Wereldoorlog was hij actief als reserve officier bij de infanterie. Tijdens de mobilisatie in 1939 was Naarstig gelegerd op Texel. Vlak na de capitulatie werd hij in juni 1940 lid van de verzetsgroep Legioen Oud Frontstrijders (LOF), en later van de Orde Dienst (OD). Naarstig hielp met het verzamelen van weggegooide vuurwapens van het Nederlandse leger die per vrachtwagen naar bergplaatsen in Amsterdam werden vervoerd. Ook was hij betrokken bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), en de Landelijke Knokploegen (LKP). In LO-verband voorzag hij onder anderen Joodse onderduikers van bonkaarten, geld, voedsel en onderdak. In LKP-verband was Naarstig betrokken bij de KP-Waterland. Hij hield zich onder andere bezig met spoorwegsabotage, spionage en het verspreiden van illegale bladen. Na de fusie van de LKP met de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) werd Naarstig commandant voor het district Waterland bij het Strijdende Gedeelte van de BS (BS-SG). Tussen september 1944 en februari 1945 bood Naarstig in zijn woning onderdak aan een aantal deserteurs van de Nederlandse Arbeidsdienst. Op 18 februari 1945 werd hij, vermoedelijk door verraad, gearresteerd door de Sicherheitspolizei, en gevangen gezet in de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Op 8 maart 1945 was Naarstig een van de 53 gevangenen die op Rozenoord werden gefusilleerd als represaille voor de door het verzet per ongeluk gepleegde aanslag op de hoge SS-officier Hanns Albin Rauter. A.Ch. Naarstig werd na de bevrijding begraven op de Erebegraafplaats bij Bloemendaal. In 1988 werd er in Amsterdam een straat (Louis Naarstigstraat) naar hem vernoemd.
Aloysius Christiaan Naarstig was van beroep boekhouder, en voor en tijdens de oorlogsjaren eigenaar van een schoenenwinkel in de Amsterdamse Beethovenstraat 31. De katholieke Naarstig was samen met zijn vrouw, Petronella Maria Emberta van Roessel, en dochter, Maria Anna Naarstig, woonachtig aan de Amstel op nummer 172-II. Sinds de Eerste Wereldoorlog was hij actief als reserve officier bij de infanterie. Tijdens de mobilisatie in 1939 was Naarstig gelegerd op Texel. Vlak na de capitulatie werd hij in juni 1940 lid van de verzetsgroep Legioen Oud Frontstrijders (LOF), en later van de Orde Dienst (OD). Naarstig hielp met het verzamelen van weggegooide vuurwapens van het Nederlandse leger die per vrachtwagen naar bergplaatsen in Amsterdam werden vervoerd. Ook was hij betrokken bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), en de Landelijke Knokploegen (LKP). In LO-verband voorzag hij onder anderen Joodse onderduikers van bonkaarten, geld, voedsel en onderdak. In LKP-verband was Naarstig betrokken bij de KP-Waterland. Hij hield zich onder andere bezig met spoorwegsabotage, spionage en het verspreiden van illegale bladen. Na de fusie van de LKP met de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) werd Naarstig commandant voor het district Waterland bij het Strijdende Gedeelte van de BS (BS-SG). Tussen september 1944 en februari 1945 bood Naarstig in zijn woning onderdak aan een aantal deserteurs van de Nederlandse Arbeidsdienst. Op 18 februari 1945 werd hij, vermoedelijk door verraad, gearresteerd door de Sicherheitspolizei, en gevangen gezet in de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Op 8 maart 1945 was Naarstig een van de 53 gevangenen die op Rozenoord werden gefusilleerd als represaille voor de door het verzet per ongeluk gepleegde aanslag op de hoge SS-officier Hanns Albin Rauter. A.Ch. Naarstig werd na de bevrijding begraven op de Erebegraafplaats bij Bloemendaal. In 1988 werd er in Amsterdam een straat (Louis Naarstigstraat) naar hem vernoemd.
TrefwoordNAARSTIG, A.CH.; NAARSTIG-VAN ROESSEL, P.M.E.; NAARSTIG, M.A.; BROECK, G. VAN DER; COEVORDEN, S.J. VAN; BEENKRANS, T.W.; RAUTER, H.A.; STRIJDMACHT, NEDERLANDS; MOBILISATIE; VERZETSGROEP, OD; BS; ONDERDUIK; SABOTAGE; GEVANGENIS; TERECHTSTELLINGEN; ONDERSCHEIDINGEN/UITKERINGEN; BEGRAFENIS; AMSTERDAM; TEXEL
ObjectcategorieCollectie Naarstig
Inventaris-Extract-besluit strekkende tot akte van aanstelling, ten naam gesteld van A.Ch. Naarstig als reserve Tweede luitenant bij het 21e Regiment Infanterie. ’s-Gravenhage, dd. 3-6-1916
-Extract-besluit strekkende tot akte van aanstelling, ten naam gesteld van A.Ch. Naarstig als reserve Eerste luitenant bij het 21ste Regiment Infanterie. ’s-Gravenhage, dd. 22-4-1920
-Extract-besluit strekkende tot akte van aanstelling, ten naam gesteld van A.Ch. Naarstig als reserve kapitein bij 21e Regiment Infanterie. Het Loo, dd. 11-10-1934
-Bewijs van Grootverlof, verleend aan reserve kapitein A.Ch. Naarstig, dd. 9-6-1940.
-Oorlogszakboekje van Aloysius Christiaan Naarstig, kapitein, 21e Regiment Infanterie.
-Bewijsstuk van Rijvaardigheid, van Aloysius Christiaan Naarstig. ’s-Gravenhage, dd. 16-9-1929
-Rijbewijs A, met pasfoto, van A. Ch. Naarstig, met geldigheid tot en met 15 juli 1940. Haarlem, dd. 16-7-1938
-Toegangsbewijs tot het hoofdkwartier van de Vrijwillige Burgerwacht Amsterdam, op naam van A.Ch. Naarstig. Amsterdam, dd. 1-11-1938
-Handgeschreven kaartje van T.W. [Beenkrans], gericht aan ‘de Heer Naarstig’ [A.Ch. Naarstig]. Betreft een woord van dank voor de bijdrage van Naarstig aan het pakket dat T.W. Beenkrans aan haar man heeft gestuurd die gevangen zit in krijgsgevangenkamp Stanislau, nadat hij ook in Neurenberg gevangen zat. Amersfoort, dd. 7-10-1942
-Smokkelbriefje geschreven door A.Ch. Naarstig vanuit de gevangenis, gericht aan zijn vrouw en dochter. In het briefje schrijft Naarstig dat hij sinds zondag 25 februari 1945 in cel 25/2 zit, dezelfde cel waarin ‘oom Jan’ tot vrijdag 23 februari heeft gezeten. Naarstig schijft onder andere dat hij samen met ‘Stokman’ in de cel zit en het goed maakt, goed behandeld wordt en dat zijn vooronderzoek is afgelopen.
-Gedrukte standaardbrief gericht aan ‘L.S.’ [vermoedelijk P.M.E. Naarstig-van Roessel, weduwe van A.Ch. Naarstig] dat het stoffelijk overschot van een door de bezetter gefusilleerde Nederlander in de duinen van Overveen is opgegraven, waarvan wordt aangenomen dat het een familielid betreft. Op de brief staat een met de hand ingevulde datum en tijdstip waarop men wordt verwacht voor identificatie Vondelstraat 87 te Amsterdam. Amsterdam, juni 1945.
-Handgeschreven brief van ‘M. Bertilia’, gericht aan ‘mevrouw Naarstig en Mies’ [P.M.E. Naarstig-van Roessel en M.A. Naarstig]. Betreft een betuiging van deelneming met de dood van A.Ch. Naarstig. Oldenzaal, dd. 17-6-1945.
-Handgeschreven brief (in envelop) van G. v.d. Broeck, geadresseerd aan ‘Mevrouw Naarstig’ in Amsterdam. Betreft een betuiging van deelneming inzake de dood van A.Ch. Naarstig door G. v.d. Broeck, een medeofficier die tijdens de mobilisatie met Naarstig samenwerkte. Hilversum, dd. 20-6-1945.
-Getypte naoorlogse brief (in ongeadresseerde envelop) van ‘A. Visser’, gericht aan de familie Naarstig. In de brief schrijft Visser vanuit Oostwold (Groningen) onder andere dat hij zich in maart 1945 bij de BS heeft aangesloten, maar inmiddels grenswacht is. Als grenswacht zoekt hij naar NSB’ers tussen gerepatrieerden. Ook schrijft Visser dat in zijn huis in Amstelveen is ingebroken, en dat zijn broer uit Groningen die in een Duits concentratiekamp zat maar nog steeds niet is teruggekomen: ‘Ik geef niets meer voor zijn leven’. Visser richt zich tot ‘Mijnheer Naarstig [Aloysius Christiaan Naarstig]’en vraagt of hij nog iets van hem hoort. Oostwold (Oldambt), dd. 18-7-1945.
-Betuiging van deelneming van koningin Wilhelmina, gericht aan Mevrouw de Wed. P.M.E. Naarstig-van Roessel, inzake de dood van Aloysius Christiaan Naarstig. ’s-Gravenhage, dd. 7-6-1946.
-Handgeschreven brief geschreven door mevrouw Kiebêrt, gericht aan ‘Mevrouw en Mies’ [betreft de weduwe en dochter van Aloysius Naarstig]. Daarin een verwijzing naar en betuiging van deelneming betreffende A.Ch. Naarstig zijn dood. Amsterdam, zd.
-Handgeschreven brief op briefpapier van Maison kiebêrt. Betreft een brief geschreven door mevrouw Kiebêrt, gericht aan ‘Beste Mies’ [betreft vermoedelijk de dochter van Aloysius Naarstig], zd.
Envelop met inhoud van de Dienst van het Koninklijk Huis, met adressering aan P.M.E. Naarstig-van Roessel. Daarin:
-Een begeleidend schrijven betreffende het toezenden van de rede uitgesproken door prinses Wilhelmina bij de nationale herdenking te Wageningen op 5 mei 1955.
-Gedrukte uitgave “Herdenkingsrede van H.M. de Koningin te Wageningen 5 Mei 1945-1955”
-Gestencilde namenlijst van oud-leerlingen van het St. Ignatius-College in Amsterdam. Derde van boven ‘Louis Naarstig’ [Aloysius Christiaan Naarstig]: ‘[…] illegaal strijder, gefusilleerd Rozenoord’. Onderaan een verzoek om foutieve schrijfwijzen en nadere gegevens en data van belang door te geven ivm publicatie van deze lijst in het septembernummer van het collegeblad. Helemaal onderaan handgeschreven: ‘Leeftijd: Aloysius Christiaan Naarstig’, zd.
-Uitgave van het St. Ignatiuscollege (Amsterdam) ter nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers van het college. Onder de kop ‘Oud Leerlingen van het Sint-Ignatiuscollege die hun leven hebben gegeven in dienst van het Vaderland’ vermelding van Aloysius Naarstig met fotoafbeelding. Allerzielen [november] 1945.
-Exemplaar van “Lustrum Corda. Officieel Parochieblad voor het dekenaat Amsterdam” [1e jaargang. No. 17]. Op pagina 6 een nagedachtenis aan Aloysius Naarstig met verwijzing en citaat uit diens bidprentje, dd. 16-2-1946
-4 bidprentjes van Aloysius Naarstig.
-Certificaat (in tweevoud) van het Joods Nationaal Fonds (JNF) dat ten name van Aloysius Naarstig door A. Gans een boom is geplant: ‘[…] in Palestina ter herinnering aan de hulp, verleend in de donkere jaren der Duitse bezetting (1940-1945), zd.
-Certificaat van het Joods Nationaal Fonds (JNF) met betrekking tot een Boomplanting in Israël. Betreft dat door de familie S.J. van Coevorden ten name van de Firma N. van Roessel ter gelegenheid van heropening van de zaak een boom is geplant in het Nederlandse Woud, zd
-Gedicht ter gelegenheid van de onthulling van het nieuwe straatnaambord ‘Aloysius Christiaan Naarstigstraat’ in Amsterdam, dd. 4-5-1988
-Begeleidend van Stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer schrijven betreffende het toezenden van het boekje “Plein 40-45 en andere straatnamen als herinnering aan het verzet”, zd.
-Extract-besluit strekkende tot akte van aanstelling, ten naam gesteld van A.Ch. Naarstig als reserve Eerste luitenant bij het 21ste Regiment Infanterie. ’s-Gravenhage, dd. 22-4-1920
-Extract-besluit strekkende tot akte van aanstelling, ten naam gesteld van A.Ch. Naarstig als reserve kapitein bij 21e Regiment Infanterie. Het Loo, dd. 11-10-1934
-Bewijs van Grootverlof, verleend aan reserve kapitein A.Ch. Naarstig, dd. 9-6-1940.
-Oorlogszakboekje van Aloysius Christiaan Naarstig, kapitein, 21e Regiment Infanterie.
-Bewijsstuk van Rijvaardigheid, van Aloysius Christiaan Naarstig. ’s-Gravenhage, dd. 16-9-1929
-Rijbewijs A, met pasfoto, van A. Ch. Naarstig, met geldigheid tot en met 15 juli 1940. Haarlem, dd. 16-7-1938
-Toegangsbewijs tot het hoofdkwartier van de Vrijwillige Burgerwacht Amsterdam, op naam van A.Ch. Naarstig. Amsterdam, dd. 1-11-1938
-Handgeschreven kaartje van T.W. [Beenkrans], gericht aan ‘de Heer Naarstig’ [A.Ch. Naarstig]. Betreft een woord van dank voor de bijdrage van Naarstig aan het pakket dat T.W. Beenkrans aan haar man heeft gestuurd die gevangen zit in krijgsgevangenkamp Stanislau, nadat hij ook in Neurenberg gevangen zat. Amersfoort, dd. 7-10-1942
-Smokkelbriefje geschreven door A.Ch. Naarstig vanuit de gevangenis, gericht aan zijn vrouw en dochter. In het briefje schrijft Naarstig dat hij sinds zondag 25 februari 1945 in cel 25/2 zit, dezelfde cel waarin ‘oom Jan’ tot vrijdag 23 februari heeft gezeten. Naarstig schijft onder andere dat hij samen met ‘Stokman’ in de cel zit en het goed maakt, goed behandeld wordt en dat zijn vooronderzoek is afgelopen.
-Gedrukte standaardbrief gericht aan ‘L.S.’ [vermoedelijk P.M.E. Naarstig-van Roessel, weduwe van A.Ch. Naarstig] dat het stoffelijk overschot van een door de bezetter gefusilleerde Nederlander in de duinen van Overveen is opgegraven, waarvan wordt aangenomen dat het een familielid betreft. Op de brief staat een met de hand ingevulde datum en tijdstip waarop men wordt verwacht voor identificatie Vondelstraat 87 te Amsterdam. Amsterdam, juni 1945.
-Handgeschreven brief van ‘M. Bertilia’, gericht aan ‘mevrouw Naarstig en Mies’ [P.M.E. Naarstig-van Roessel en M.A. Naarstig]. Betreft een betuiging van deelneming met de dood van A.Ch. Naarstig. Oldenzaal, dd. 17-6-1945.
-Handgeschreven brief (in envelop) van G. v.d. Broeck, geadresseerd aan ‘Mevrouw Naarstig’ in Amsterdam. Betreft een betuiging van deelneming inzake de dood van A.Ch. Naarstig door G. v.d. Broeck, een medeofficier die tijdens de mobilisatie met Naarstig samenwerkte. Hilversum, dd. 20-6-1945.
-Getypte naoorlogse brief (in ongeadresseerde envelop) van ‘A. Visser’, gericht aan de familie Naarstig. In de brief schrijft Visser vanuit Oostwold (Groningen) onder andere dat hij zich in maart 1945 bij de BS heeft aangesloten, maar inmiddels grenswacht is. Als grenswacht zoekt hij naar NSB’ers tussen gerepatrieerden. Ook schrijft Visser dat in zijn huis in Amstelveen is ingebroken, en dat zijn broer uit Groningen die in een Duits concentratiekamp zat maar nog steeds niet is teruggekomen: ‘Ik geef niets meer voor zijn leven’. Visser richt zich tot ‘Mijnheer Naarstig [Aloysius Christiaan Naarstig]’en vraagt of hij nog iets van hem hoort. Oostwold (Oldambt), dd. 18-7-1945.
-Betuiging van deelneming van koningin Wilhelmina, gericht aan Mevrouw de Wed. P.M.E. Naarstig-van Roessel, inzake de dood van Aloysius Christiaan Naarstig. ’s-Gravenhage, dd. 7-6-1946.
-Handgeschreven brief geschreven door mevrouw Kiebêrt, gericht aan ‘Mevrouw en Mies’ [betreft de weduwe en dochter van Aloysius Naarstig]. Daarin een verwijzing naar en betuiging van deelneming betreffende A.Ch. Naarstig zijn dood. Amsterdam, zd.
-Handgeschreven brief op briefpapier van Maison kiebêrt. Betreft een brief geschreven door mevrouw Kiebêrt, gericht aan ‘Beste Mies’ [betreft vermoedelijk de dochter van Aloysius Naarstig], zd.
Envelop met inhoud van de Dienst van het Koninklijk Huis, met adressering aan P.M.E. Naarstig-van Roessel. Daarin:
-Een begeleidend schrijven betreffende het toezenden van de rede uitgesproken door prinses Wilhelmina bij de nationale herdenking te Wageningen op 5 mei 1955.
-Gedrukte uitgave “Herdenkingsrede van H.M. de Koningin te Wageningen 5 Mei 1945-1955”
-Gestencilde namenlijst van oud-leerlingen van het St. Ignatius-College in Amsterdam. Derde van boven ‘Louis Naarstig’ [Aloysius Christiaan Naarstig]: ‘[…] illegaal strijder, gefusilleerd Rozenoord’. Onderaan een verzoek om foutieve schrijfwijzen en nadere gegevens en data van belang door te geven ivm publicatie van deze lijst in het septembernummer van het collegeblad. Helemaal onderaan handgeschreven: ‘Leeftijd: Aloysius Christiaan Naarstig’, zd.
-Uitgave van het St. Ignatiuscollege (Amsterdam) ter nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers van het college. Onder de kop ‘Oud Leerlingen van het Sint-Ignatiuscollege die hun leven hebben gegeven in dienst van het Vaderland’ vermelding van Aloysius Naarstig met fotoafbeelding. Allerzielen [november] 1945.
-Exemplaar van “Lustrum Corda. Officieel Parochieblad voor het dekenaat Amsterdam” [1e jaargang. No. 17]. Op pagina 6 een nagedachtenis aan Aloysius Naarstig met verwijzing en citaat uit diens bidprentje, dd. 16-2-1946
-4 bidprentjes van Aloysius Naarstig.
-Certificaat (in tweevoud) van het Joods Nationaal Fonds (JNF) dat ten name van Aloysius Naarstig door A. Gans een boom is geplant: ‘[…] in Palestina ter herinnering aan de hulp, verleend in de donkere jaren der Duitse bezetting (1940-1945), zd.
-Certificaat van het Joods Nationaal Fonds (JNF) met betrekking tot een Boomplanting in Israël. Betreft dat door de familie S.J. van Coevorden ten name van de Firma N. van Roessel ter gelegenheid van heropening van de zaak een boom is geplant in het Nederlandse Woud, zd
-Gedicht ter gelegenheid van de onthulling van het nieuwe straatnaambord ‘Aloysius Christiaan Naarstigstraat’ in Amsterdam, dd. 4-5-1988
-Begeleidend van Stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer schrijven betreffende het toezenden van het boekje “Plein 40-45 en andere straatnamen als herinnering aan het verzet”, zd.