Details
Objectnummer19611
BeschrijvingArchief van Engelina Aasman (Valthermond, 26 juni 1928 -). Oorlogsgetuige.
De elfjarige Engelina Aasman was met haar familie woonachtig in de plaats Valthermond (Drenthe), toen nazi-Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel. Gedurende de oorlogsjaren hield Aasman een dagboek bij, waarin ze schreef over het leven en gebeurtenissen tijdens de bezetting. Zie ook VMA bibliotheek voor boekuitgven "Acts of Remembrance" gebaseerd op het dagboek van Engelina Aasman.
Het archief bestaat uit 4 schriften met dagboekaantekeningen van Engelina Aasman uit de periode tussen 10 mei 1940 tot en met 28 oktober 1945, en enkele documenten.
De elfjarige Engelina Aasman was met haar familie woonachtig in de plaats Valthermond (Drenthe), toen nazi-Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel. Gedurende de oorlogsjaren hield Aasman een dagboek bij, waarin ze schreef over het leven en gebeurtenissen tijdens de bezetting. Zie ook VMA bibliotheek voor boekuitgven "Acts of Remembrance" gebaseerd op het dagboek van Engelina Aasman.
Het archief bestaat uit 4 schriften met dagboekaantekeningen van Engelina Aasman uit de periode tussen 10 mei 1940 tot en met 28 oktober 1945, en enkele documenten.
TrefwoordAASMAN, E.; RIETSTAF, D.J. TE; ORMEL, G.J.; KARSSEN, A.; KROEZE, J.; EGODOCUMENTEN; MEIDAGEN 1940; STRIJDMACHT, NEDERLANDS; STRIJDMACHT, GEALLIEERD; OORLOGSHANDELINGEN; SCHAARSTE; JODENVERVOLGING; RAZZIA; STAKING, APRIL-MEISTAKING; STAKING, SPOORWEGSTAKING; EVACUATIE; AANSLAGEN OP PERSONEN; TERECHTSTELLINGEN; OORLOGSSLACHTOFFERS; ONTSNAPPING; ONDERDUIK; NSB; BEVRIJDING; PUBLIEKE WRAAK; CONCENTRATIEKAMP, NEUENGAMME; DRENTHE; VALTHERMOND; AMSTERDAM
ObjectcategorieCollectie Aasman
InventarisDagboek van Engelina Aasman uit Valthermond (Drenthe). Het dagboek bestaat uit 4 schriften met betrekking tot de periode van 10 mei 1940 tot en met 28 oktober 1945:
1. Eerste schrift met op de voorkaft handgeschreven: ‘1. E. Aasman - Valthermond Z. No. 61 - Dagboek 1940’. In dit deel van het dagboek staat een handgeschreven verslag over gebeurtenissen in de periode tussen 10 mei 1940 en 4 juli 1941, in en om Valthermond (Drenthe). Engelina Aasman schrijft als 11-jarig meisje hoe zij en haar familie de invasie en de periode tussen mei 1940 en 1941 beleven:
-In het dagboek maakt Aasman met betrekking tot de Meidagen van 1940 onder andere melding over gevechtshandelingen, overvliegende vliegtuigen, over uit Valthermond afkomstige gesneuvelde Nederlandse soldaten, en de emoties over de capitulatie: ‘mijn zuster Akje zat te huilen. Het huilen stond mij ook nader dan het lachen, en begon na een poosje ingehouden tranen ook te huilen zoals ik nog nooit gehuild had […]’. Ook schrijft Aarsman over het leven onder de bezetting in de periode tussen mei 1940 tot begin juli 1941 in Nederland en in Valthermond en omgeving. Onder andere schrijft ze over voedselschaarste, de uitbraak van besmettelijke ziektes, de avondklok, en de houding van mensen ten opzichte van de Winterhulp Nederland. Tevens staan er in het dagboek spotgedichtjes over Hitler en de NSB, en zitten er krantenknipsels en distributiebonnen ingeplakt.
2. Tweede schrift met op de voorkaft handgeschreven: ‘2. E Aasman - Oorlog 1941, 1942, 1943 – Vervolg’. Betreft het vervolg van het dagboek van Engelina Aasman, met een ongedateerd deel met betrekking tot 1941, en een gedateerd vervolg over de periode tussen 16 januari 1942 en 27 juni 1943:
-Aasman schrijft onder andere over de schaarste met betrekking tot voedsel en brandstoffen, en de woningnood in Nederland. Internationale oorlogsontwikkelingen zoals de strijd aan het Oostfront tussen Duitsland en Rusland, en de opmars van de geallieerden. Maar ook over gebeurtenissen in Valthermond en omgeving. Dit betreft onder andere de Jodenvervolging, razzia’s op onderduikers, de april-mei stakingen: zowel de deelname aan de staking, en het neerslaan en de represailles door de bezetter. De evacuaties van inwoners uit kustplaatsen in Noord- en Zuid-Holland naar onder andere Drenthe: wegens het aan de kust afbreken van woningen, badhuizen, en hotels. Maar ook over acties van het verzet, zoals liquidaties op militairen en bestuursambtenaren en ook dat in de nacht van 18 juni [1943] het gemeente huis van Valthermond in brand werd gestoken. Over de daaropvolgende represailles door de bezetter schrijft Aasman: ‘Maar verleden jaar is er een gemeente huis in Amsterdam in brand gestoken. En daar moeten wij nog voor boeten’ [betreft waarschijnlijk een verwijzing naar de aanslag op het bevolkingsregister van Amsterdam op 27 maart 1943].
3. Derde schrift met op de voorkaft handgeschreven: ‘2. E. Aasman – Oorlog 1943, 1944, Valthermond-Vervolg’. Betreft het vervolg van het dagboek van Engelina Aasman met betrekking tot de periode tussen 27 juni 1943 tot en met 18 augustus 1944:
-In het schrift schrijft Aasman onder andere over gewapende verzetsacties, zoals liquidaties in Drenthe op leden van de NSB. Dit betroffen onder andere de burgemeester van Schoonebeek, het hoofd van het Distributiekantoor en de gemeente secretaris, door onbekenden die verkleed waren als Duitse militairen. Een overval op een landwachter, die een distributieambtenaar escorteerde, door zes mannen verkleed als marechaussee. Maar Aasman schrijft ook over de represailles van de bezetter voor acties van het verzet, de ‘race jachten’ op onderduikers, en NSB-leden die burgers verraden en vermoorden. Ook schrijft Aasman over geslaagde ontsnappingspogingen van onderduikers om te ontkomen aan arrestaties bij razzia’s. Dit betreft bijvoorbeeld een ontsnapping in Dokkum met tankauto’s van een melkfabriek waarin per tank vijfentwintig man werd verborgen, en waardoor honderd man aan een razzia kon ontsnappen. Aasman schrijft over overvliegende bommenwerpers, neergehaalde geallieerde piloten, pilotenhulp, en de militaire ontwikkelingen in Europa.
-Aasman vervolgd het dagboek op 18-8-1944, daarin schrijft ze over de naderende bevrijding van het zuiden van Nederland, en hevige gevechten bij Arnhem. Maar ook dat in de bevrijde gebieden meisjes die met Duitsers gingen in Maastricht en België een hakenkruis op het hoofd werd gebrand en het hoofd kaal werd geschoren. Dat de Duitsers alles leegroven op hun aftocht. Aasman eindigt dit dagboek met dat ze genoodzaakt is om haar dagboek in de grond te verbergen omdat het niet langer veilig is: ‘t’ is niet langer vertrouwd want als ze hem vinden krijgen vader of ik de kogel’. Aasman schrijft dat ze in het vervolg in een kleiner schriftje zal schrijven omdat ze dat beter kan verbergen, en dat ze dit dagboek onder de grond in het schuurtje zal begraven. Ondertekend door Engelina Aasman. Valthermond, dd. 3-10-1944.
-In dit deel van het dagboek zitten diverse krantenknipsels ingeplakt uit de gelijkgeschakelde pers. De knipsels gaan onder andere over geallieerde bombardementen op Arnhem en Nijmegen, betreffen bekendmakingen van voltrokken doodvonnissen op verzetsdeelnemers, en een aankondiging van een Volksvergadering te Nieuwolda met als onderwerp “Ons Nationalisme Uw redding” en “Ons Socialisme Uw Toekomst”. Met daarbij door Aasman handgeschreven opmerkingen.
4. Vierde schrift met op de voorkaft handgeschreven: ‘6 sept. 1944-15 oct. 1944, 1945 - E. Aasman-Dagboek - Vervolg’. Betreft het vervolg van het dagboek van Engelina Aasman met betrekking tot de periode tussen 6 september 1944 tot en met 28 oktober [1945]:
-Aasman schrijft, refererend aan de voorgaande twee pagina’s (betreft eerste twee pagina’s van het dagboek), ontmoedigd te zijn om in haar dagboek te schrijven vanwege de werkelijke situatie in Nederland: ‘Eigenlijk ben ik het nog, want ik moest nu haast wel elk uur mijn dagboek bijwerken want nu is het vreselijk hier in ’t land ‘k Had de laatste geen zin tot schrijven omdat ik al dat vreselijks niet weer kon navertellen ’t was en ’t is maar moord en plunderen doodschieten, vluchten onderduiken en dwangarbeid.’ Aasman schrijft dat stakend spoorwegpersoneel is ondergedoken, en ook dat zij geen medewerking willen verlenen geroofde om goederen en materieel naar Duitsland te vervoeren. Ze schrijft over de geallieerde ‘terugslag bij Arnhem’ [betreft de slag om Arnhem van 17 tot en met 25 september 1944], en het daaropvolgende herwonnen zelfvertrouwen van de bezetter. Over waarschuwingen van aan spoorwegpersoneel om weer aan het werk te gaan, en eenieder die in het bezit is van een auto om zich binnen 24 uur te melden. ‘Ieder’ (mannen en vrouwen) tussen de 17 en 55 jaar, waaronder de vader en zwager van Aasman, moeten dwangarbeid verrichten. Ook schrijft Aasman over de toenemende hongersnood. Op het platteland, zoals in Valthermond, valt de situatie relatief mee ten opzichte van de grote steden: ‘In de grote steden is de toestand zo, dat menigeen het niet meer klaar kan houden en naar lichaam en ziel instort. Het eten wordt elke week minder. Velen moeten 7 dagen leven van 2 pond brood en een pond aardappelen of minder’. En ook over schaarste aan kleding schrijft ze: ‘Velen verkeren in een hopeloze toestand van wat de kleren betreft. In Amsterdam lopen de kinderen op straat op blote voeten, en met blote benen en verder alleen jasje en broekje om het lijf. En dat in de maand December’.
-Op 30 januari 1945 vervolgt Aasman haar dagboek en schrijft ze over oorlogsontwikkelingen, en de geallieerde opmars in Nederland. Maar ook over het doodschieten van 2 van haar neven, 'Derk ter Rietstaf' en 'Gerrit Ormel' [dit betreffen waarschijnlijk Derk Jan te Rietstap en Gerrit Jan Ormel], uit Bergentheim. Op 1 mei 1945 schrijft Aasman voor het laatst vóór de bevrijding over het voorspoedige offensief van de geallieerden, en de aanstaande bevrijding: ‘Straks hebben we vrede. Ik zal na jaren niet kunnen vertellen, hoe mijn hart van vreugde klopt. Na jaren lange onvrijheid mag men weer zeggen wat we willen. […]. Vrede, Vrede heerlijk vrede’.
-Ze vervolgt het dagboek op 9 mei 1945 en blikt dan terug op de bevrijding van onder andere Ter Apel, Weerdingemond, en uiteindelijk Valthermond door Poolse troepen. Ze schrijft over het binnenrijden van tanks, en dat ze meereed en van Poolse soldaten handtekeningen en adressen kreeg. Ook schrijft ze over de aftocht van bezetter: ‘De vreselijke gruwellen die de Duitsers nog gedaan hebben, even voor ze weggegaan zijn uit ons land zijn vreselijk. Geholpen door de NSB’ers hebben ze mensen die gevangen zaten gruwelijk mishandeld. Later zijn die mensen in massagraven gevonden’. Aasman maakt melding van massagraven bij onder andere Bakkeveen, Norg, en Exlo. En ze schrijft over de concentratiekampen in Duitsland, waaronder Neuengamme waar haar neef Aart Kars[s]en is omgekomen. Op zondag 28 oktober 1945 schrijft Engelina Aasman voor het laatst in haar dagboek. Ze schrijft dan over het dagelijkse leven na de bevrijding. En over de capitulatie van Japan, en over de eerste Nederlandse soldaten die richting Nederlands-Indië gaan.
Documenten uit de oorlogsjaren en diverse handgeschreven stukken.
-Oproeping voor het afhalen van een Tweede Distributiestamkaart. Betreft een oproep op naam van Engelina Aasman Valthermond, voor het afhalen van een Tweede Distributiestamkaart in het uitreiklokaal van de distributiedienst “Cafe Schrik” op 25 februari 1944. Daarop een handgeschreven notitie van Engelina Aasman dat het de oproep betreft voor het afhalen van een 3e nieuwe stamkaart: ‘daarom staat er de laatste oproeping’, dd. 19-3-1944. Aan de achterzijde is de oproep een ondertekend ontvangstbewijs, met daarop persoons- en adresgegevens van Engelina Aasman, dd. 25-2-1944.
-Documentkaartje van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, uit 1943 op naam van [J.] Kroeze te Valthermond. Betreft dat Kroeze zich dient te melden op donderdag 4 februari 1943 dient te melden bij het kantoor van de plaatselijke distributiedienst voor het in ontvangstnemen van een bon voor schoenen.
-Handgeschreven gedicht, overgeschreven door Engelina Aasman. Onderaan notitie: ‘ uit Havelte, gedicht door een meester uit, Klazinaveen van 20-31 mei 1944’, dd. 27-5-1944.
-Handgeschreven brief van 'Mien'. Onderaan handgeschreven notitie: 'Mien's laatste brief voor de onderdook'. Z. Laren, dd. 23 -[maand onleesbaar]-1945.
-Briefje met aan de voorzijde handgeschreven data en notities. Betreft onder andere het overlijden van president Roosevelt, dd. 13 april 1945, capitulatie, dd. 5 mei 1945, het aantreffen van massagraven in Drenthe, en de concentratiekampen in Duitsland. Aan de achterzijde ontwerptekeningetjes voor dameskleding, zd.
-Pagina met handgeschreven Engelstalige herinnering over (waarschijnlijk) de moeder van Engelina Aarsman die met haar zondagse jurk in een beek viel, zd.
-7 uitgeknipte krantenartikelen uit oorlogs- en naoorlogse kranten.
1. Eerste schrift met op de voorkaft handgeschreven: ‘1. E. Aasman - Valthermond Z. No. 61 - Dagboek 1940’. In dit deel van het dagboek staat een handgeschreven verslag over gebeurtenissen in de periode tussen 10 mei 1940 en 4 juli 1941, in en om Valthermond (Drenthe). Engelina Aasman schrijft als 11-jarig meisje hoe zij en haar familie de invasie en de periode tussen mei 1940 en 1941 beleven:
-In het dagboek maakt Aasman met betrekking tot de Meidagen van 1940 onder andere melding over gevechtshandelingen, overvliegende vliegtuigen, over uit Valthermond afkomstige gesneuvelde Nederlandse soldaten, en de emoties over de capitulatie: ‘mijn zuster Akje zat te huilen. Het huilen stond mij ook nader dan het lachen, en begon na een poosje ingehouden tranen ook te huilen zoals ik nog nooit gehuild had […]’. Ook schrijft Aarsman over het leven onder de bezetting in de periode tussen mei 1940 tot begin juli 1941 in Nederland en in Valthermond en omgeving. Onder andere schrijft ze over voedselschaarste, de uitbraak van besmettelijke ziektes, de avondklok, en de houding van mensen ten opzichte van de Winterhulp Nederland. Tevens staan er in het dagboek spotgedichtjes over Hitler en de NSB, en zitten er krantenknipsels en distributiebonnen ingeplakt.
2. Tweede schrift met op de voorkaft handgeschreven: ‘2. E Aasman - Oorlog 1941, 1942, 1943 – Vervolg’. Betreft het vervolg van het dagboek van Engelina Aasman, met een ongedateerd deel met betrekking tot 1941, en een gedateerd vervolg over de periode tussen 16 januari 1942 en 27 juni 1943:
-Aasman schrijft onder andere over de schaarste met betrekking tot voedsel en brandstoffen, en de woningnood in Nederland. Internationale oorlogsontwikkelingen zoals de strijd aan het Oostfront tussen Duitsland en Rusland, en de opmars van de geallieerden. Maar ook over gebeurtenissen in Valthermond en omgeving. Dit betreft onder andere de Jodenvervolging, razzia’s op onderduikers, de april-mei stakingen: zowel de deelname aan de staking, en het neerslaan en de represailles door de bezetter. De evacuaties van inwoners uit kustplaatsen in Noord- en Zuid-Holland naar onder andere Drenthe: wegens het aan de kust afbreken van woningen, badhuizen, en hotels. Maar ook over acties van het verzet, zoals liquidaties op militairen en bestuursambtenaren en ook dat in de nacht van 18 juni [1943] het gemeente huis van Valthermond in brand werd gestoken. Over de daaropvolgende represailles door de bezetter schrijft Aasman: ‘Maar verleden jaar is er een gemeente huis in Amsterdam in brand gestoken. En daar moeten wij nog voor boeten’ [betreft waarschijnlijk een verwijzing naar de aanslag op het bevolkingsregister van Amsterdam op 27 maart 1943].
3. Derde schrift met op de voorkaft handgeschreven: ‘2. E. Aasman – Oorlog 1943, 1944, Valthermond-Vervolg’. Betreft het vervolg van het dagboek van Engelina Aasman met betrekking tot de periode tussen 27 juni 1943 tot en met 18 augustus 1944:
-In het schrift schrijft Aasman onder andere over gewapende verzetsacties, zoals liquidaties in Drenthe op leden van de NSB. Dit betroffen onder andere de burgemeester van Schoonebeek, het hoofd van het Distributiekantoor en de gemeente secretaris, door onbekenden die verkleed waren als Duitse militairen. Een overval op een landwachter, die een distributieambtenaar escorteerde, door zes mannen verkleed als marechaussee. Maar Aasman schrijft ook over de represailles van de bezetter voor acties van het verzet, de ‘race jachten’ op onderduikers, en NSB-leden die burgers verraden en vermoorden. Ook schrijft Aasman over geslaagde ontsnappingspogingen van onderduikers om te ontkomen aan arrestaties bij razzia’s. Dit betreft bijvoorbeeld een ontsnapping in Dokkum met tankauto’s van een melkfabriek waarin per tank vijfentwintig man werd verborgen, en waardoor honderd man aan een razzia kon ontsnappen. Aasman schrijft over overvliegende bommenwerpers, neergehaalde geallieerde piloten, pilotenhulp, en de militaire ontwikkelingen in Europa.
-Aasman vervolgd het dagboek op 18-8-1944, daarin schrijft ze over de naderende bevrijding van het zuiden van Nederland, en hevige gevechten bij Arnhem. Maar ook dat in de bevrijde gebieden meisjes die met Duitsers gingen in Maastricht en België een hakenkruis op het hoofd werd gebrand en het hoofd kaal werd geschoren. Dat de Duitsers alles leegroven op hun aftocht. Aasman eindigt dit dagboek met dat ze genoodzaakt is om haar dagboek in de grond te verbergen omdat het niet langer veilig is: ‘t’ is niet langer vertrouwd want als ze hem vinden krijgen vader of ik de kogel’. Aasman schrijft dat ze in het vervolg in een kleiner schriftje zal schrijven omdat ze dat beter kan verbergen, en dat ze dit dagboek onder de grond in het schuurtje zal begraven. Ondertekend door Engelina Aasman. Valthermond, dd. 3-10-1944.
-In dit deel van het dagboek zitten diverse krantenknipsels ingeplakt uit de gelijkgeschakelde pers. De knipsels gaan onder andere over geallieerde bombardementen op Arnhem en Nijmegen, betreffen bekendmakingen van voltrokken doodvonnissen op verzetsdeelnemers, en een aankondiging van een Volksvergadering te Nieuwolda met als onderwerp “Ons Nationalisme Uw redding” en “Ons Socialisme Uw Toekomst”. Met daarbij door Aasman handgeschreven opmerkingen.
4. Vierde schrift met op de voorkaft handgeschreven: ‘6 sept. 1944-15 oct. 1944, 1945 - E. Aasman-Dagboek - Vervolg’. Betreft het vervolg van het dagboek van Engelina Aasman met betrekking tot de periode tussen 6 september 1944 tot en met 28 oktober [1945]:
-Aasman schrijft, refererend aan de voorgaande twee pagina’s (betreft eerste twee pagina’s van het dagboek), ontmoedigd te zijn om in haar dagboek te schrijven vanwege de werkelijke situatie in Nederland: ‘Eigenlijk ben ik het nog, want ik moest nu haast wel elk uur mijn dagboek bijwerken want nu is het vreselijk hier in ’t land ‘k Had de laatste geen zin tot schrijven omdat ik al dat vreselijks niet weer kon navertellen ’t was en ’t is maar moord en plunderen doodschieten, vluchten onderduiken en dwangarbeid.’ Aasman schrijft dat stakend spoorwegpersoneel is ondergedoken, en ook dat zij geen medewerking willen verlenen geroofde om goederen en materieel naar Duitsland te vervoeren. Ze schrijft over de geallieerde ‘terugslag bij Arnhem’ [betreft de slag om Arnhem van 17 tot en met 25 september 1944], en het daaropvolgende herwonnen zelfvertrouwen van de bezetter. Over waarschuwingen van aan spoorwegpersoneel om weer aan het werk te gaan, en eenieder die in het bezit is van een auto om zich binnen 24 uur te melden. ‘Ieder’ (mannen en vrouwen) tussen de 17 en 55 jaar, waaronder de vader en zwager van Aasman, moeten dwangarbeid verrichten. Ook schrijft Aasman over de toenemende hongersnood. Op het platteland, zoals in Valthermond, valt de situatie relatief mee ten opzichte van de grote steden: ‘In de grote steden is de toestand zo, dat menigeen het niet meer klaar kan houden en naar lichaam en ziel instort. Het eten wordt elke week minder. Velen moeten 7 dagen leven van 2 pond brood en een pond aardappelen of minder’. En ook over schaarste aan kleding schrijft ze: ‘Velen verkeren in een hopeloze toestand van wat de kleren betreft. In Amsterdam lopen de kinderen op straat op blote voeten, en met blote benen en verder alleen jasje en broekje om het lijf. En dat in de maand December’.
-Op 30 januari 1945 vervolgt Aasman haar dagboek en schrijft ze over oorlogsontwikkelingen, en de geallieerde opmars in Nederland. Maar ook over het doodschieten van 2 van haar neven, 'Derk ter Rietstaf' en 'Gerrit Ormel' [dit betreffen waarschijnlijk Derk Jan te Rietstap en Gerrit Jan Ormel], uit Bergentheim. Op 1 mei 1945 schrijft Aasman voor het laatst vóór de bevrijding over het voorspoedige offensief van de geallieerden, en de aanstaande bevrijding: ‘Straks hebben we vrede. Ik zal na jaren niet kunnen vertellen, hoe mijn hart van vreugde klopt. Na jaren lange onvrijheid mag men weer zeggen wat we willen. […]. Vrede, Vrede heerlijk vrede’.
-Ze vervolgt het dagboek op 9 mei 1945 en blikt dan terug op de bevrijding van onder andere Ter Apel, Weerdingemond, en uiteindelijk Valthermond door Poolse troepen. Ze schrijft over het binnenrijden van tanks, en dat ze meereed en van Poolse soldaten handtekeningen en adressen kreeg. Ook schrijft ze over de aftocht van bezetter: ‘De vreselijke gruwellen die de Duitsers nog gedaan hebben, even voor ze weggegaan zijn uit ons land zijn vreselijk. Geholpen door de NSB’ers hebben ze mensen die gevangen zaten gruwelijk mishandeld. Later zijn die mensen in massagraven gevonden’. Aasman maakt melding van massagraven bij onder andere Bakkeveen, Norg, en Exlo. En ze schrijft over de concentratiekampen in Duitsland, waaronder Neuengamme waar haar neef Aart Kars[s]en is omgekomen. Op zondag 28 oktober 1945 schrijft Engelina Aasman voor het laatst in haar dagboek. Ze schrijft dan over het dagelijkse leven na de bevrijding. En over de capitulatie van Japan, en over de eerste Nederlandse soldaten die richting Nederlands-Indië gaan.
Documenten uit de oorlogsjaren en diverse handgeschreven stukken.
-Oproeping voor het afhalen van een Tweede Distributiestamkaart. Betreft een oproep op naam van Engelina Aasman Valthermond, voor het afhalen van een Tweede Distributiestamkaart in het uitreiklokaal van de distributiedienst “Cafe Schrik” op 25 februari 1944. Daarop een handgeschreven notitie van Engelina Aasman dat het de oproep betreft voor het afhalen van een 3e nieuwe stamkaart: ‘daarom staat er de laatste oproeping’, dd. 19-3-1944. Aan de achterzijde is de oproep een ondertekend ontvangstbewijs, met daarop persoons- en adresgegevens van Engelina Aasman, dd. 25-2-1944.
-Documentkaartje van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, uit 1943 op naam van [J.] Kroeze te Valthermond. Betreft dat Kroeze zich dient te melden op donderdag 4 februari 1943 dient te melden bij het kantoor van de plaatselijke distributiedienst voor het in ontvangstnemen van een bon voor schoenen.
-Handgeschreven gedicht, overgeschreven door Engelina Aasman. Onderaan notitie: ‘ uit Havelte, gedicht door een meester uit, Klazinaveen van 20-31 mei 1944’, dd. 27-5-1944.
-Handgeschreven brief van 'Mien'. Onderaan handgeschreven notitie: 'Mien's laatste brief voor de onderdook'. Z. Laren, dd. 23 -[maand onleesbaar]-1945.
-Briefje met aan de voorzijde handgeschreven data en notities. Betreft onder andere het overlijden van president Roosevelt, dd. 13 april 1945, capitulatie, dd. 5 mei 1945, het aantreffen van massagraven in Drenthe, en de concentratiekampen in Duitsland. Aan de achterzijde ontwerptekeningetjes voor dameskleding, zd.
-Pagina met handgeschreven Engelstalige herinnering over (waarschijnlijk) de moeder van Engelina Aarsman die met haar zondagse jurk in een beek viel, zd.
-7 uitgeknipte krantenartikelen uit oorlogs- en naoorlogse kranten.