Details
Objectnummer19539
BeschrijvingEduard Carel Frederik (‘Ward’) Hellendoorn (Amsterdam, 29 november 1912 – Wassenaar, 13 maart 1941). Verzetsdeelnemer. Zie ook 16378 voor foto's van Hellendoorn.
Eduard Hellendoorn was een uit Amsterdam afkomstige kunstschilder en Februaristaker. Voor de oorlog had Hellendoorn enige tijd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag gestudeerd. Op de academie leerde hij Johanna Maria Drayton Lee kennen, met wie hij in 1931 trouwde. Uit dit huwelijk kwamen 2 zoons en 1 dochter voort. Omdat Hellendoorn met zijn schilderkunst niet genoeg verdiende werkte hij als illustrator en bandontwerper bij de Amsterdamse uitgeverij Elsevier. Vlak voor de oorlog gingen Hellendoorn en zijn vrouw uit elkaar, en verhuisde hij naar een woning aan het Singel in Amsterdam. In deze periode kreeg Hellendoorn een relatie met Magda Friederichs, wiens ouders op de Nieuwezijds Voorburgwal 146 een winkel in horlogemakers gereedschappen hadden. Hellendoorn was al in de jaren 30 lid geworden van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Na de capitulatie zat hij tussen mei 1940 en februari 1941 voor de CPN in de illegaliteit. Naast zijn werk bij Elsevier werkte hij ook als illustrator voor de CPN-uitgeverij Pegasus en verspreidde hij De Waarheid. Hellendoorn was actief betrokken bij de voorbereidingen voor de Februaristaking. Op de ochtend van de eerste stakingsdag riep hij samen met anderen in Amsterdam-Noord arbeiders van metaalbedrijven op om te gaan staken. Enige dagen na de staking werd Hellendoorn op zijn werk bij uitgeverij Elsevier gearresteerd, nadat een medewerker die lid was van de NSB hem had aangegeven. Hellendoorn werd naar de gevangenis in Scheveningen (Oranjehotel) gebracht, en tijdens een proces ter dood veroordeeld. Op 13 maart 1941 werd hij samen met nog 17 andere verzetsmensen gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Deze groep van in totaal 18 verzetsmensen bestond uit 15 leden van de Geuzengroep en 3 Februaristakers. Het gedicht “De achttien dooden” van Jan Campert, dat op 10 februari 1943 werd gepubliceerd in het illegale Parool, was gebaseerd op deze groep gefusilleerde verzetsmensen.
Het archief bestaat uit de afscheidsbrief van Eduard Hellendoorn, en een testamentaire akte met begeleidende brief. Alsook een naoorlogs verzetsrapport van de Stichting 1940-1945, en (kranten)artikelen met betrekking tot Hellendoorn.
Eduard Hellendoorn was een uit Amsterdam afkomstige kunstschilder en Februaristaker. Voor de oorlog had Hellendoorn enige tijd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag gestudeerd. Op de academie leerde hij Johanna Maria Drayton Lee kennen, met wie hij in 1931 trouwde. Uit dit huwelijk kwamen 2 zoons en 1 dochter voort. Omdat Hellendoorn met zijn schilderkunst niet genoeg verdiende werkte hij als illustrator en bandontwerper bij de Amsterdamse uitgeverij Elsevier. Vlak voor de oorlog gingen Hellendoorn en zijn vrouw uit elkaar, en verhuisde hij naar een woning aan het Singel in Amsterdam. In deze periode kreeg Hellendoorn een relatie met Magda Friederichs, wiens ouders op de Nieuwezijds Voorburgwal 146 een winkel in horlogemakers gereedschappen hadden. Hellendoorn was al in de jaren 30 lid geworden van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Na de capitulatie zat hij tussen mei 1940 en februari 1941 voor de CPN in de illegaliteit. Naast zijn werk bij Elsevier werkte hij ook als illustrator voor de CPN-uitgeverij Pegasus en verspreidde hij De Waarheid. Hellendoorn was actief betrokken bij de voorbereidingen voor de Februaristaking. Op de ochtend van de eerste stakingsdag riep hij samen met anderen in Amsterdam-Noord arbeiders van metaalbedrijven op om te gaan staken. Enige dagen na de staking werd Hellendoorn op zijn werk bij uitgeverij Elsevier gearresteerd, nadat een medewerker die lid was van de NSB hem had aangegeven. Hellendoorn werd naar de gevangenis in Scheveningen (Oranjehotel) gebracht, en tijdens een proces ter dood veroordeeld. Op 13 maart 1941 werd hij samen met nog 17 andere verzetsmensen gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Deze groep van in totaal 18 verzetsmensen bestond uit 15 leden van de Geuzengroep en 3 Februaristakers. Het gedicht “De achttien dooden” van Jan Campert, dat op 10 februari 1943 werd gepubliceerd in het illegale Parool, was gebaseerd op deze groep gefusilleerde verzetsmensen.
Het archief bestaat uit de afscheidsbrief van Eduard Hellendoorn, en een testamentaire akte met begeleidende brief. Alsook een naoorlogs verzetsrapport van de Stichting 1940-1945, en (kranten)artikelen met betrekking tot Hellendoorn.
TrefwoordHELLENDOORN, E.C.F.; HELLENDOORN-ANGERSTEIN, J.L.; KROM, J.L.; PIERRE, J.T.; VEER, G. VAN DER; GOULOOZE, D.; VELDHUISEN, G.; EGODOCUMENTEN; GEVANGENIS, WETERINGSCHANS; STAKING, FEBRUARISTAKING; CPN; PERS, ILLEGAAL, DE WAARHEID; VOORMALIG VERZET; AMSTERDAM
ObjectcategorieCollectie Hellendoorn
Inventaris-Afscheidsbrief, in envelop, van Eduard Carel Frederik Hellendoorn. Betreft een handgeschreven brief van Hellendoorn, gericht aan zijn moeder. Daarin schrijft hij onder andere over zijn geliefde ‘Mag(da)’, dat Hellendoorn zijn testament heeft gemaakt aan zijn moeder, zijn gemoedstoestand: dat hij geen angst heeft, dat hij naar zijn idealen heeft geleefd en voor anderen heeft gedaan wat hij kon, gevolgd door een laatste groet, zd.
-Getypte transcriptie van Eduard Carel Frederik Hellendoorn zijn afscheidsbrief.
-Testamentaire akte/verklaring (2 pagina’s), opgemaakt door Joannes Hermannus Krom (kandidaat notaris) namens: ‘Eduard Carel Frederik Hellendoorn, reclame ontwerper, wonende te Amsterdam, Singel 163, eerste etage, thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Amsterdam […]’. In de akte herroept en vernietigt Hellendoorn alle eerder door hem gemaakte testamenten, beschikkingen en andere uiterste wilsbeschikkingen, en benoemt hij zijn moeder, Johanne Louise Angerstein, tot zijn enige erfgename: ‘Gedaan en verleden te Amsterdam in het huis van Bewaring aan het Kleine Gartmanplantsoen, op donderdag, dertien maart negentienhonderd een en veertig’. In de akte worden genoemd als getuigen Gerben van de[r] Veer (schilder), en Joseph Pierre (kelner) [betreft waarschijnlijk Joseph Therese Pierre].
-Begeleidende brief bij de testamentaire akte/verklaring, van J.H. Krom. Waarnemend Notaris te Amsterdam, gericht aan mevrouw J.L. Hellendoorn-Angerstein (moeder van Eduard Hellendoorn). Betreft onder andere mededeling aan Hellendoorn-Angerstein dat zij tot Hellendoorn zijn erfgename is benoemt, en dat Hellendoorn notaris Krom een mededeling heeft gedaan die Krom aan Hellendoorn-Angerstein over wil brengen. Amsterdam, dd. 19-3-1941.
Verzetsrapport (fotokopieën) dat in 1948 is opgemaakt door de Stichting 1940-1945. Betreft:
-Begeleidende brief (fotokopie) van de Stichting 1940-1945, bij het toegezonden verzetsrapport, dd. 13-3-2000.
-Verklaring (fotokopie) van de Communistische Partij Nederland, met betrekking tot het illegale werk van Eduard Carel Frederik Hellendoorn, voor de CPN vanaf het begin van de bezetting tot zijn arrestatie in 1941. Betrof het Plakken en verspreiden van de illegale "De Waarheid" van de CPN, en dat Hellendoorn betrokken was bij de Februaristaking. Amsterdam, dd. 16-4-1948.
-Verklaring (fotokopie) van de districtsbestuurder van de Stichting 1940-1945 te Amsterdam. Betreft een verklaring dat Eduard Carel Frederik Hellendoorn voor de oorlog werkzaam was als kunstschilder, en tijdelijk als tekenaar en bandontwerper werkzaam was bij de uitgeverij “Pegasus” en tegelijkertijd steun ontving van de Gemeentelijke Dienst voor Sociale Zaken te Amsterdam. Dat hij een van de eerste medewerkers van het illegale blad “De Waarheid” was, en actief deelnam aan de Februaristaking, ten gevolge waarvan hij werd gearresteerd. Eindigend met de verklaring dat nog Eduard Carel Frederik Hellendoorn, of onderaan het document genoemde één der onderstaande personen, zich ‘in Nederlands Nationale zin onwaardig hebben gedragen’. Amsterdam, 20-5-1948.
-Verklaring (fotokopie) van ‘G. Veldhuisen’ met betrekking tot diens samenwerking op illegaal gebeid. Dit betrof onder andere het organiseren van verzetsgroepen, het verspreiden van kranten en manifesten, het plakken van leuzen , het ophalen van solidariteitsgeld, en deelname en voorbereiding van de Februaristaking. Amsterdam, dd. 3-3-1949.
-Begeleidende brief (fotokopie) bij de verklaring van G, Veldhuizen, van B. Brandsen, met betrekking tot het illegale werk van Eduard Carel Frederik Hellendoorn. Amsterdam, dd. 25-3-1949.
-Formulier (4 fotokopieën) met verklaringen van onder andere de heer M. Vlaar, en D. Goulooze, met betrekking tot de illegale werkzaamheden van Eduard Carel Frederik Hellendoorn, zd.
-Afschrift van de beschikking van de Buitengewone Pensioenraad, waarbij de kinderen van Hellendoorn een buitengewoon wezenpensioen werd toegekend. ’s-Gravenhage, dd. 16-3-1951.
Naoorlogse (kranten)artikelen (fotokopieën) over en met betrekking tot Hellendoorn, en herinneringen van zijn dochter aan Hellendoorn. Betreft:
-2 pagina’s met handgeschreven herinneringen (fotokopie) van Eduard Carel Frederik Hellendoorn zijn dochter Durske. Betreft herinneringen van Durske aan haar vader aan haar vader in de periode 1935-1938. Betreft onder nadere herinnering aan het poseren voor een portret, de afscheidsbrief van haar vader aan zijn moeder, en haar laatste herinnering van haar vader het boek “Hans Urian” van Lisa Tetzner, gekregen voor haar achtste verjaardag, zd.
-Artikel (4 pagina’s fotokopie) uit “Vrij Nederland” getiteld ‘De achttien Doden-Veertig jaar geleden schreef Jan Campert zijn onsterfelijke gedicht’. Betreft een artikel over het gedicht “De achttien dooden” en het verhaal achter de verzetsdeelnemers die samen de achttien doden vormden, en de relatie tussen deze verzetsstrijders en Jan Campert. In het artikel een verwijzing naar Eduard Carel Frederik Hellendoorn als één van de drie februaristaker, dd. 14-3-1981.
-Krantenartikel (fotokopie) ‘De stakers van februari 1941 - Ward Hellendoorn’, over Eduard Carel Frederik Hellendoorn, zd.
-Krantenartikel (fotokopie) ‘De stakers van februari 1941 - Herman Coenradi’, over Hermanus Mattheus Hendrikus Coenradi. Daarin een verwijzing naar zijn samenwerking met Eduard Carel Frederik Hellendoorn, zd.
-Getypte transcriptie van Eduard Carel Frederik Hellendoorn zijn afscheidsbrief.
-Testamentaire akte/verklaring (2 pagina’s), opgemaakt door Joannes Hermannus Krom (kandidaat notaris) namens: ‘Eduard Carel Frederik Hellendoorn, reclame ontwerper, wonende te Amsterdam, Singel 163, eerste etage, thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Amsterdam […]’. In de akte herroept en vernietigt Hellendoorn alle eerder door hem gemaakte testamenten, beschikkingen en andere uiterste wilsbeschikkingen, en benoemt hij zijn moeder, Johanne Louise Angerstein, tot zijn enige erfgename: ‘Gedaan en verleden te Amsterdam in het huis van Bewaring aan het Kleine Gartmanplantsoen, op donderdag, dertien maart negentienhonderd een en veertig’. In de akte worden genoemd als getuigen Gerben van de[r] Veer (schilder), en Joseph Pierre (kelner) [betreft waarschijnlijk Joseph Therese Pierre].
-Begeleidende brief bij de testamentaire akte/verklaring, van J.H. Krom. Waarnemend Notaris te Amsterdam, gericht aan mevrouw J.L. Hellendoorn-Angerstein (moeder van Eduard Hellendoorn). Betreft onder andere mededeling aan Hellendoorn-Angerstein dat zij tot Hellendoorn zijn erfgename is benoemt, en dat Hellendoorn notaris Krom een mededeling heeft gedaan die Krom aan Hellendoorn-Angerstein over wil brengen. Amsterdam, dd. 19-3-1941.
Verzetsrapport (fotokopieën) dat in 1948 is opgemaakt door de Stichting 1940-1945. Betreft:
-Begeleidende brief (fotokopie) van de Stichting 1940-1945, bij het toegezonden verzetsrapport, dd. 13-3-2000.
-Verklaring (fotokopie) van de Communistische Partij Nederland, met betrekking tot het illegale werk van Eduard Carel Frederik Hellendoorn, voor de CPN vanaf het begin van de bezetting tot zijn arrestatie in 1941. Betrof het Plakken en verspreiden van de illegale "De Waarheid" van de CPN, en dat Hellendoorn betrokken was bij de Februaristaking. Amsterdam, dd. 16-4-1948.
-Verklaring (fotokopie) van de districtsbestuurder van de Stichting 1940-1945 te Amsterdam. Betreft een verklaring dat Eduard Carel Frederik Hellendoorn voor de oorlog werkzaam was als kunstschilder, en tijdelijk als tekenaar en bandontwerper werkzaam was bij de uitgeverij “Pegasus” en tegelijkertijd steun ontving van de Gemeentelijke Dienst voor Sociale Zaken te Amsterdam. Dat hij een van de eerste medewerkers van het illegale blad “De Waarheid” was, en actief deelnam aan de Februaristaking, ten gevolge waarvan hij werd gearresteerd. Eindigend met de verklaring dat nog Eduard Carel Frederik Hellendoorn, of onderaan het document genoemde één der onderstaande personen, zich ‘in Nederlands Nationale zin onwaardig hebben gedragen’. Amsterdam, 20-5-1948.
-Verklaring (fotokopie) van ‘G. Veldhuisen’ met betrekking tot diens samenwerking op illegaal gebeid. Dit betrof onder andere het organiseren van verzetsgroepen, het verspreiden van kranten en manifesten, het plakken van leuzen , het ophalen van solidariteitsgeld, en deelname en voorbereiding van de Februaristaking. Amsterdam, dd. 3-3-1949.
-Begeleidende brief (fotokopie) bij de verklaring van G, Veldhuizen, van B. Brandsen, met betrekking tot het illegale werk van Eduard Carel Frederik Hellendoorn. Amsterdam, dd. 25-3-1949.
-Formulier (4 fotokopieën) met verklaringen van onder andere de heer M. Vlaar, en D. Goulooze, met betrekking tot de illegale werkzaamheden van Eduard Carel Frederik Hellendoorn, zd.
-Afschrift van de beschikking van de Buitengewone Pensioenraad, waarbij de kinderen van Hellendoorn een buitengewoon wezenpensioen werd toegekend. ’s-Gravenhage, dd. 16-3-1951.
Naoorlogse (kranten)artikelen (fotokopieën) over en met betrekking tot Hellendoorn, en herinneringen van zijn dochter aan Hellendoorn. Betreft:
-2 pagina’s met handgeschreven herinneringen (fotokopie) van Eduard Carel Frederik Hellendoorn zijn dochter Durske. Betreft herinneringen van Durske aan haar vader aan haar vader in de periode 1935-1938. Betreft onder nadere herinnering aan het poseren voor een portret, de afscheidsbrief van haar vader aan zijn moeder, en haar laatste herinnering van haar vader het boek “Hans Urian” van Lisa Tetzner, gekregen voor haar achtste verjaardag, zd.
-Artikel (4 pagina’s fotokopie) uit “Vrij Nederland” getiteld ‘De achttien Doden-Veertig jaar geleden schreef Jan Campert zijn onsterfelijke gedicht’. Betreft een artikel over het gedicht “De achttien dooden” en het verhaal achter de verzetsdeelnemers die samen de achttien doden vormden, en de relatie tussen deze verzetsstrijders en Jan Campert. In het artikel een verwijzing naar Eduard Carel Frederik Hellendoorn als één van de drie februaristaker, dd. 14-3-1981.
-Krantenartikel (fotokopie) ‘De stakers van februari 1941 - Ward Hellendoorn’, over Eduard Carel Frederik Hellendoorn, zd.
-Krantenartikel (fotokopie) ‘De stakers van februari 1941 - Herman Coenradi’, over Hermanus Mattheus Hendrikus Coenradi. Daarin een verwijzing naar zijn samenwerking met Eduard Carel Frederik Hellendoorn, zd.