Details
Objectnummer19401
BeschrijvingArchief met betrekking tot Abraham Puls (Amsterdam, 1 september 1902 - 3 september 1975).
Abraham Puls was voor en tijdens de bezettingsjaren ondernemer en eigenaar van Verhuis- en transportbedrijf A. Puls, gevestigd in de Kerkstraat 303-305 te Amsterdam. Puls woonde (aan het begin van de oorlog) op de Stadhouderskade 104-hs, samen met zijn vrouw en kinderen. Puls, die sinds 1934/1935 lid was van de NSB, kreeg tijdens de bezettingsjaren van de Duitsers het alleenrecht om met zijn onderneming, in Amsterdam en omgeving, inboedels uit de huizen te halen van Joden (en anderen) die door de Duitsers waren opgepakt en weggevoerd. De inboedels werden door Puls zijn transportbedrijf afgeleverd bij een pakhuis aan de Oostelijke Handelskade in Amsterdam. Daar werden de inboedels opgeslagen en op later moment naar Duitsland getransporteerd om als ‘liebesgaben’ te worden verdeeld onder Duitsers die door geallieerde bombardementen hun huisraad waren kwijtgeraakt. Puls heeft tijdens de oorlog naar schatting circa 29.000 huizen leeggehaald. Onder deze huizen ook het Achterhuis nadat Anne Frank samen met haar familie en de andere onderduikers op 4 augustus 1944 was opgepakt. Vernoemd naar Puls ontstond in de oorlogsjaren voor het leeghalen van Joodse huizen de term “Pulsen”. Behalve het leeghalen en transporteren van huizen was Puls ook actief als Jodenjager. Na de bevrijding werd Abraham Puls in mei 1945 door de Binnenlandse Strijdkrachten gearresteerd. Op 4 juni 1947 werd de doodstraf tegen hem uitgesproken. Deze straf werd in 1949 omgezet in levenslang, en in 1959 in een gevangenisstraf van 24 jaar. Zie ook VMA 10948 voor een foto van Puls tijdens een verhoor.
Het archief bestaat uit 2 naoorlogse pagina's met betrekking tot de aanklacht tegen Puls, en een op naam gestelde vergunning om Puls in de gevangenis te mogen bezoeken.
Abraham Puls was voor en tijdens de bezettingsjaren ondernemer en eigenaar van Verhuis- en transportbedrijf A. Puls, gevestigd in de Kerkstraat 303-305 te Amsterdam. Puls woonde (aan het begin van de oorlog) op de Stadhouderskade 104-hs, samen met zijn vrouw en kinderen. Puls, die sinds 1934/1935 lid was van de NSB, kreeg tijdens de bezettingsjaren van de Duitsers het alleenrecht om met zijn onderneming, in Amsterdam en omgeving, inboedels uit de huizen te halen van Joden (en anderen) die door de Duitsers waren opgepakt en weggevoerd. De inboedels werden door Puls zijn transportbedrijf afgeleverd bij een pakhuis aan de Oostelijke Handelskade in Amsterdam. Daar werden de inboedels opgeslagen en op later moment naar Duitsland getransporteerd om als ‘liebesgaben’ te worden verdeeld onder Duitsers die door geallieerde bombardementen hun huisraad waren kwijtgeraakt. Puls heeft tijdens de oorlog naar schatting circa 29.000 huizen leeggehaald. Onder deze huizen ook het Achterhuis nadat Anne Frank samen met haar familie en de andere onderduikers op 4 augustus 1944 was opgepakt. Vernoemd naar Puls ontstond in de oorlogsjaren voor het leeghalen van Joodse huizen de term “Pulsen”. Behalve het leeghalen en transporteren van huizen was Puls ook actief als Jodenjager. Na de bevrijding werd Abraham Puls in mei 1945 door de Binnenlandse Strijdkrachten gearresteerd. Op 4 juni 1947 werd de doodstraf tegen hem uitgesproken. Deze straf werd in 1949 omgezet in levenslang, en in 1959 in een gevangenisstraf van 24 jaar. Zie ook VMA 10948 voor een foto van Puls tijdens een verhoor.
Het archief bestaat uit 2 naoorlogse pagina's met betrekking tot de aanklacht tegen Puls, en een op naam gestelde vergunning om Puls in de gevangenis te mogen bezoeken.
TrefwoordPULS, A.; OOSTENBRINK, A.M.; FRANK, A.; SCHAAP, P.; COLLABORATIE; JODENVERVOLGING; NSB; RECHTSVERVOLGING, NAOORLOGS; GEVANGENIS; AMSTERDAM
ObjectcategorieCollectie Puls
Inventaris-Vergunning van De Procureur-Fiscaal bij het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam. Betreft een vergunning op naam gesteld van A.M. Oostenbrink, om: ‘in het Huis van Bewaring II te Amsterdam op heden te bezoeken A. Puls die zich aldaar in voorlopige hechtenis bevindt'. Daaronder de toegevoegde opmerking: ‘Bij mij geen bezwaar indien zonder toezicht’, Amsterdam, zd.
2 pagina’s (waarschijnlijk) uit/ met betrekking tot aanklacht tegen Abraham Puls. Betreft:
-Pagina “Abraham Puls”. Daarop een getypte beschrijving/ aanklacht van de activiteiten van Abraham Puls gedurende de bezettingsjaren met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen over en het aangeven en transporteren van Joden. Alsook het ter beschikking stellen van zijn verhuis- en transportonderneming voor het ophalen en vervoeren van Joden, en de opmerking dat Puls: ‘opzettelijk gedurende den tijd van vermelden oorlog den vijand hulp heeft verleend’. Daaropvolgend een lijst van achternamen met initialen van 24 personen (zonder vermelding in welke relatie men zich verhield met Puls) met vermelding van beroep en plaatsnaam, onder andere betreffende: R.W. Dahmen von Buchholz [Rudolf Wilhelm Dahmen von Buchholz]; genoemd als ‘majoor der staatspolitie’ te Amsterdam, P. Schaap [waarschijnlijk Pieter Schaap]; hoofrechercheur van de Staatspolitie te Amsterdam, S. van Praag; letterkundige te Amsterdam, N.H. Wijnperle; student te Amsterdam, I. Rafalowitch; electrotechnicus te Beekbergen. Op de pagina doorhalingen met rood potlood en handgeschreven opmerkingen/ notities.
-Pagina “Abraham Puls”. Daarop 2 alinea’s (genummerd als I en II) elk met een anders geformuleerde getypte beschrijving/ aanklacht van de activiteiten van Abraham Puls gedurende de bezettingsjaren betreffende dat hij als eigenaar, hoofd en bestuurder van een verhuis- en transportonderneming ten voordele/ ten dienste van de Duitse bezetter de onderneming (personeel en materiaal) werkzaamheden heeft laten uitvoeren betreffende: ‘het ontruimen van oorspronkelijk door (inmiddels door de Duitschers en hun helpers ter deportatie gearresteerde) Joden bewoonde huizen, het vervoer van meubilair en goederen uit die huizen afkomstig, en het opslaan en inladen van dat meubilair en die goederen in opslag plaatsen’. Alinea I en II afgesloten en/of elkaar opvolgend met de zin: ‘Althans, voor zoover ter zake van het voorgaande geen veroordeeling mocht of kunnen volgen: (…)’.
2 pagina’s (waarschijnlijk) uit/ met betrekking tot aanklacht tegen Abraham Puls. Betreft:
-Pagina “Abraham Puls”. Daarop een getypte beschrijving/ aanklacht van de activiteiten van Abraham Puls gedurende de bezettingsjaren met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen over en het aangeven en transporteren van Joden. Alsook het ter beschikking stellen van zijn verhuis- en transportonderneming voor het ophalen en vervoeren van Joden, en de opmerking dat Puls: ‘opzettelijk gedurende den tijd van vermelden oorlog den vijand hulp heeft verleend’. Daaropvolgend een lijst van achternamen met initialen van 24 personen (zonder vermelding in welke relatie men zich verhield met Puls) met vermelding van beroep en plaatsnaam, onder andere betreffende: R.W. Dahmen von Buchholz [Rudolf Wilhelm Dahmen von Buchholz]; genoemd als ‘majoor der staatspolitie’ te Amsterdam, P. Schaap [waarschijnlijk Pieter Schaap]; hoofrechercheur van de Staatspolitie te Amsterdam, S. van Praag; letterkundige te Amsterdam, N.H. Wijnperle; student te Amsterdam, I. Rafalowitch; electrotechnicus te Beekbergen. Op de pagina doorhalingen met rood potlood en handgeschreven opmerkingen/ notities.
-Pagina “Abraham Puls”. Daarop 2 alinea’s (genummerd als I en II) elk met een anders geformuleerde getypte beschrijving/ aanklacht van de activiteiten van Abraham Puls gedurende de bezettingsjaren betreffende dat hij als eigenaar, hoofd en bestuurder van een verhuis- en transportonderneming ten voordele/ ten dienste van de Duitse bezetter de onderneming (personeel en materiaal) werkzaamheden heeft laten uitvoeren betreffende: ‘het ontruimen van oorspronkelijk door (inmiddels door de Duitschers en hun helpers ter deportatie gearresteerde) Joden bewoonde huizen, het vervoer van meubilair en goederen uit die huizen afkomstig, en het opslaan en inladen van dat meubilair en die goederen in opslag plaatsen’. Alinea I en II afgesloten en/of elkaar opvolgend met de zin: ‘Althans, voor zoover ter zake van het voorgaande geen veroordeeling mocht of kunnen volgen: (…)’.