Details
Objectnummer18065
BeschrijvingLegpuzzel 'Twente' van tweehonderd stukjes uit de serie 'Nederlandsche kleederdrachten', uitgegeven door Vroom & Dreesmann. De puzzel is een voorstelling van vier vrouwen in klederdracht voor een huis. Eén van hen houdt een krant vast, twee anderen een kopje. De puzzel zit in de originele hoes, alleen het bijbehorende voorbeeld dat op het voorblad zat bevestigd ontbreekt.
Een identiek exemplaar van deze puzzel diende als voorbeeld voor een in onderduik door Szijmon Elja Miller gemaakt schilderij (VMA 17876). De uit Polen afkomstige Jood Szijmon Elja ('Siegfried') Miller (Grajewo (Polen), 9 april 1910 - overleden op 15 maart 1945, plaats onbekend) leefde sinds 1933 in Amsterdam, waar hij met zijn bedrijf Serellim de kost verdiende als grossier in fournituren voor lampekappen. Op 15 december 1938 trouwde hij met de eveneens Joodse kapster Celiene ('Lientje') Limburg (geboren te Amsterdam op 20 maart 1915, overleden in 2000). Op een gegeven moment, waarschijnlijk in 1943, doken zij onder, aanvankelijk bij hun vroegere buren in de Lange Leidsedwarsstraat, waar zij tot mei 1942 op nummer 222hs hadden gewoond. Nadat een buurmeisje een vriend kreeg die van nazi-sympathieën werd verdacht, gingen Miller en Limburg op zoek naar een andere onderduikplek. Via een jonge predikant in opleiding, de heer Feenstra, belandden ze eind oktober 1943 bij het gezin van Maarten en Jacoba Kamper-Jansen in de John Franklinstraat 8. Daar leefden ze als oom Henk en tante Henny Lodder. Miller kookte graag en boetseerde en schilderde ook veel om de verveling te verdrijven. Vanaf begin 1944 zaten zij afwisselend ook ondergedoken bij een bevriende zakenrelatie van Miller, het echtpaar Jan Hendrik de Bock en Eleonora Cornelia Antonia De Bock-Moonen in de Potgieterstraat 22II. In juli 1944 werden Miller en Limburg na verraad gearresteerd. Ze belandden in Kamp Westerbork en werden op 8 september 1944 van daaruit naar Auschwitz gedeporteerd. Lientje Limburg overleefde de oorlog en keerde terug naar Nederland. Siegfried Miller is in maart 1945 op een onbekende plaats, wellicht bij een dodenmars, om het leven gekomen.
Een identiek exemplaar van deze puzzel diende als voorbeeld voor een in onderduik door Szijmon Elja Miller gemaakt schilderij (VMA 17876). De uit Polen afkomstige Jood Szijmon Elja ('Siegfried') Miller (Grajewo (Polen), 9 april 1910 - overleden op 15 maart 1945, plaats onbekend) leefde sinds 1933 in Amsterdam, waar hij met zijn bedrijf Serellim de kost verdiende als grossier in fournituren voor lampekappen. Op 15 december 1938 trouwde hij met de eveneens Joodse kapster Celiene ('Lientje') Limburg (geboren te Amsterdam op 20 maart 1915, overleden in 2000). Op een gegeven moment, waarschijnlijk in 1943, doken zij onder, aanvankelijk bij hun vroegere buren in de Lange Leidsedwarsstraat, waar zij tot mei 1942 op nummer 222hs hadden gewoond. Nadat een buurmeisje een vriend kreeg die van nazi-sympathieën werd verdacht, gingen Miller en Limburg op zoek naar een andere onderduikplek. Via een jonge predikant in opleiding, de heer Feenstra, belandden ze eind oktober 1943 bij het gezin van Maarten en Jacoba Kamper-Jansen in de John Franklinstraat 8. Daar leefden ze als oom Henk en tante Henny Lodder. Miller kookte graag en boetseerde en schilderde ook veel om de verveling te verdrijven. Vanaf begin 1944 zaten zij afwisselend ook ondergedoken bij een bevriende zakenrelatie van Miller, het echtpaar Jan Hendrik de Bock en Eleonora Cornelia Antonia De Bock-Moonen in de Potgieterstraat 22II. In juli 1944 werden Miller en Limburg na verraad gearresteerd. Ze belandden in Kamp Westerbork en werden op 8 september 1944 van daaruit naar Auschwitz gedeporteerd. Lientje Limburg overleefde de oorlog en keerde terug naar Nederland. Siegfried Miller is in maart 1945 op een onbekende plaats, wellicht bij een dodenmars, om het leven gekomen.
TrefwoordMILLER, S.E.; ONDERDUIK; AMSTERDAM; TWENTE
ObjectcategorieSPEELGOED
Formaat
23x32,5: