Details
Objectnummer18050
InventarisFoto’s van diverse aard van de familie Gobits/ Hüttenmüller, met onbekende datering.
-1 kartonnen omslag met voorop opdruk van fotostudio ‘Studio Oslo’, daarin geplakt 1 portretfoto in zwart wit van anoniem vrouwelijk persoon.
-1 zwart wit foto (waarschijnlijk huwelijksfoto) van anoniem mannelijk persoon met baard en hoge hoed in de hand, kijkend naar een anoniem vrouwelijk persoon met boeket in handen, cape om en capuchon over het hoofd, in een natuurrijke omgeving.
-1 zwart wit foto van het graf met grafsteen van Maria Hüttenmüller en Johannes Hüttenmüller, betreft de ouders van Ida Maria Rosa Gobits-Hüttenmüller (echtgenote van Mozes Gobits).
-1 pasfoto in zwart wit van een anonieme oudere heer, met bril op, kalend hoofd, gekleed in pak met stropdas.
-1 portretfoto in zwart wit, van anonieme oudere heer met snor, gekleed in colbert stropdas, met op schoot een anoniem klein jongetje dat gekleed is in een trui met geblokt motief.
-1 portretfoto in bruin wit, van een anonieme jonge heer, met zwart achterovergekamd haar, gekleed in colbert met wit overhemd en vlinderstrik.
-1 portretfoto wit omrand in zwart wit, van heer met scheiding in haar en pak colbert met stropdas,
-1 posefoto in zwart wit, van anonieme (oudere) man met snor, gekleed in een militairuniform staande bij een anonieme (oudere) vrouw zittend in een stoel, gekleed in een donkere jurk.
De joodse meubelmaker Mozes Gobits woonde tijdens de bezetting in Den Haag (waarschijnlijk in de Hugo Verrieststraat) samen met zijn Duitse, uit Heiligenstadt afkomstige, niet-joodse echtgenote Ida Maria Rosa Gobits-Hüttenmüller (1902-1989) en hun twee (door de Duitsers als niet-Joods beschouwde) dochters, Ingeborg Edith Gobits en Judith Gerda Gobits. In 1942 werd Mozes Gobits door de Duitsers gearresteerd en naar Kamp Amersfoort gestuurd. Daarna is hij op transport gezet en uiteindelijk in het concentratiekamp Auschwitz terechtgekomen, waar hij op 25 juli 1942 om het leven kwam. Meerdere directe en aangetrouwde familieleden van Mozes Gobits, onder andere zijn broer Samuel Gobits en echtgenote Rebecca Gobits-Leeuwin, alsook nicht Rachel Levie Hersfeld, overkwam hetzelfde en stierven in de concentratiekampen Auschwitz en Sobibor. (zie ook VMA 18049). De echtgenote van Mozes Gobits bleef na zijn arrestatie achter in Den Haag, samen met hun twee dochters. Alledrie overleefden ze de oorlog.
-1 kartonnen omslag met voorop opdruk van fotostudio ‘Studio Oslo’, daarin geplakt 1 portretfoto in zwart wit van anoniem vrouwelijk persoon.
-1 zwart wit foto (waarschijnlijk huwelijksfoto) van anoniem mannelijk persoon met baard en hoge hoed in de hand, kijkend naar een anoniem vrouwelijk persoon met boeket in handen, cape om en capuchon over het hoofd, in een natuurrijke omgeving.
-1 zwart wit foto van het graf met grafsteen van Maria Hüttenmüller en Johannes Hüttenmüller, betreft de ouders van Ida Maria Rosa Gobits-Hüttenmüller (echtgenote van Mozes Gobits).
-1 pasfoto in zwart wit van een anonieme oudere heer, met bril op, kalend hoofd, gekleed in pak met stropdas.
-1 portretfoto in zwart wit, van anonieme oudere heer met snor, gekleed in colbert stropdas, met op schoot een anoniem klein jongetje dat gekleed is in een trui met geblokt motief.
-1 portretfoto in bruin wit, van een anonieme jonge heer, met zwart achterovergekamd haar, gekleed in colbert met wit overhemd en vlinderstrik.
-1 portretfoto wit omrand in zwart wit, van heer met scheiding in haar en pak colbert met stropdas,
-1 posefoto in zwart wit, van anonieme (oudere) man met snor, gekleed in een militairuniform staande bij een anonieme (oudere) vrouw zittend in een stoel, gekleed in een donkere jurk.
De joodse meubelmaker Mozes Gobits woonde tijdens de bezetting in Den Haag (waarschijnlijk in de Hugo Verrieststraat) samen met zijn Duitse, uit Heiligenstadt afkomstige, niet-joodse echtgenote Ida Maria Rosa Gobits-Hüttenmüller (1902-1989) en hun twee (door de Duitsers als niet-Joods beschouwde) dochters, Ingeborg Edith Gobits en Judith Gerda Gobits. In 1942 werd Mozes Gobits door de Duitsers gearresteerd en naar Kamp Amersfoort gestuurd. Daarna is hij op transport gezet en uiteindelijk in het concentratiekamp Auschwitz terechtgekomen, waar hij op 25 juli 1942 om het leven kwam. Meerdere directe en aangetrouwde familieleden van Mozes Gobits, onder andere zijn broer Samuel Gobits en echtgenote Rebecca Gobits-Leeuwin, alsook nicht Rachel Levie Hersfeld, overkwam hetzelfde en stierven in de concentratiekampen Auschwitz en Sobibor. (zie ook VMA 18049). De echtgenote van Mozes Gobits bleef na zijn arrestatie achter in Den Haag, samen met hun twee dochters. Alledrie overleefden ze de oorlog.