Details
Objectnummer17645
BeschrijvingDonkerbruin elektrisch kacheltje van het merk ' Inventum' met los snoer. Met achterop niet goed leesbaar viercijferig nummer (waarschijnlijk 1031).
Het kacheltje was eigendom van het echtpaar Mozes Manheim (3 juni 1882 Rotterdam - 16 juli 1944 Sobibor) en zijn vrouw Jettje Froukje Manheim-Cohen (6 januari 1889 Gorredijk- 16 juli 1944 Sobibor) en stond in hun woning aan de Jacob Catslaan 35 in Amersfoort. Mozes Manheim was bouwkundig tekenaar en werkte bij bureau Schotel, dat later opging in het ingenieursbedrijf Dwars Heederik en Verhey. Toen alle Joden in Amersfoort in de zomer van 1942 opgeroepen werden om zich in Amsterdam te later registreren, kreeg Manheim van diverse collega's een onderduikplek aangeboden. Omdat hij anderen niet in gevaar wilde brengen, sloeg hij dit aanbod af. In Amsterdam werden hij en zijn vrouw opgepakt bij een razzia en kwamen op 20 juni 1943 in Westerbork terecht. Daar kon Jettje Manheim-Cohen als verpleegster werken, maar dat bleek geen afdoende bescherming tegen verdere deportatie naar het Oosten. Op 13 juli 1943 werden de Manheims naar Sobibor getransporteerd, waar zij vrijwel direct na aankomst om het leven werden gebracht. Hun zoon Robert Salco Manheim overleefde de oorlog in onderduik.
Het kacheltje was eigendom van het echtpaar Mozes Manheim (3 juni 1882 Rotterdam - 16 juli 1944 Sobibor) en zijn vrouw Jettje Froukje Manheim-Cohen (6 januari 1889 Gorredijk- 16 juli 1944 Sobibor) en stond in hun woning aan de Jacob Catslaan 35 in Amersfoort. Mozes Manheim was bouwkundig tekenaar en werkte bij bureau Schotel, dat later opging in het ingenieursbedrijf Dwars Heederik en Verhey. Toen alle Joden in Amersfoort in de zomer van 1942 opgeroepen werden om zich in Amsterdam te later registreren, kreeg Manheim van diverse collega's een onderduikplek aangeboden. Omdat hij anderen niet in gevaar wilde brengen, sloeg hij dit aanbod af. In Amsterdam werden hij en zijn vrouw opgepakt bij een razzia en kwamen op 20 juni 1943 in Westerbork terecht. Daar kon Jettje Manheim-Cohen als verpleegster werken, maar dat bleek geen afdoende bescherming tegen verdere deportatie naar het Oosten. Op 13 juli 1943 werden de Manheims naar Sobibor getransporteerd, waar zij vrijwel direct na aankomst om het leven werden gebracht. Hun zoon Robert Salco Manheim overleefde de oorlog in onderduik.
TrefwoordMANHEIM, M.; MANHEIM-COHEN, J.F.; JODENVERVOLGING; AMERSFOORT
ObjectcategorieHUISRAAD
Formaat
kacheltje 48,5x 41x16,5:
snoer 300:
snoer 300:
kacheltje 48,5x 41x16,5:
snoer 300:
snoer 300:

